Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JKHEMIAS DE DECKER. 8i
Of laauwte uw zwanger knopje kliefde,
En ons uw' l>los zoo vroeg deedt zien.
Een Maartsclie lach dient niet vertrouwd^
Laat, zoo 't u veilig lust te pralen,
Apol den Stier eerst achterhalen
Gij slacht den zeeman, die te stout
Op eenen schoonen dag of twee
Zijn anker ligt en valt aan 't varen ,
Maar naauw gekomen in de baren,
Weêr roept om zijn verlaten ree,
Wanneer hij al bestorven (") ziet,
Hoe fel van de onverwachte vlagen
Zijn vlot gebeukt wordt en geslagen
En heensolt daar 't de wind gebiedt;
Wanneer hij in verzuipens nood,
Van zand, van zout en schuim bedolven,
Meent zoo veel doón te zien als golven,
En telkens wacht den jongsten stoot.
Gij slacht den hoveling, die prat
Op 't eerste gunstig oog zijns Heeren
Fluks valt aan 't pogchen en braveren
Maar Duren is een schoone stad
't Gaat in het Hof als in den hof-.
De hovelingen en de blommen
Te haast ontloken of geklommen ,
Die vallen dik weer haast in 't slof-
Kortom gij slacht ons allegaar.
Die ons als slechthoofden en schapen ('-)
D. i. laat de zon eerst in het teeken van den Stier komen, wacht tol
hel einde van April of het begin van Mei. Apollo was bij de Romeinen
de God, welke den zonnewagen mende. (®) Gij gelijkt op; de verge-
lijking voorts met den zeeman is zeer goed gekozen en uitgewerkt.
(') Geheel ontsteld. C^) Het woord verzuipen is in onzen tijd onedel en
min geschikt geworden voor deftige poëzij j maar was dit nog niet ten
tijde van ne decker. Het gevaar en de nood van den voorbarigen
zeeman zijn fiksch beschreven. Snoeven, Een spreekwoord,
hier naïf bijgebragt; het beteekent: volhouden is de groote zaak. Du-
r^n is eene stad tusfchen Keulen en Aken. Dikwijls. Onverstan'
digen , dwazen.
«