Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
zich niet meer op zeetogten en leefden gerust aan
den haard ran de verzamelde rijkdommen. Toen
dit hunne nahui-en de woeste Neder-Sassen ver-
namen , overvielen zij hen, nogtans behielden de
Slaven de overhand en dreven Imnne aanvallers
terug, na een grooten buit op hen veroverd te
hebben.
Men hoorde nu een tijdlang niets meer van
hen, maar als Keizer Claudius een togt naar Brit-
tanje gedaan, en die volkeren te ondergebragt heb-
bende, naai* Rome terugkeerde, werd hij door te-
genwind aan de Zeeuwsche kusten geworpen, en
landde aldaar. De Slaven, geene vreemden dulden-
de, ontstaat er dadelijk een felle sti-ijd, waarbij de
Keizer met vele moeite eindelijk overwinnaar bleef.
» Doe ginck (zegt de Goudsche kronijk) dese Kei-
» ser Claudius met sijn volck in dat groote bosch,
» daar hooi-de hy dat groot vreeselyck geluyt van
» den wilden beesten, die in dat bosch waren, van
» Beijren, Leeuwen, van Everswijn, van wilden
» Stieren, die so vreesselick gebaerden, dat een
» mensche gruwen mochte." De Keizer vroeg
daarop of er niemand in dit bosch woonde, en
of het groot en wijd was? Men antwoordde hem,
dat het zich wel tien mijlen in de lengte en drie
in de breedte uitstrekte en geheel onbewoond was*
Toen hij nu vroeg of er nog iemand aan de an-
dere zijde van het woud woonde, zeide men hem ^
dat daar de wilde Sassen woonden, die om nie-
munt en geven, die oplet- aerde leeft, en al waar