Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
het is een vrij diep hol, thands met boomen en
gewas bezet en daardoor min in het oog vallend.
Ook in Friesland eu Drenthe zijn dergelijke wezens
bekend, die in heuvelen van aarde, zonder handen
gemaakt, woonden. Zij stonden kraamvrouwen bij,
en verleenden meermalen aan verdoolde reizigers
eene schuilplaats. Men hoorde ook dikwerf in hare
holen allerlei stemmen , en zij die er in toegelaten
geweesd waren, verhaalden er vreemde dingen vap.
De eerste Christenpredikers hebben ze miskend.
De geesten in de Ommelanden, Witte Juffers ge-
noemd, schijnen mij toe dezelfden te zijn; zij
houden, zoo men verhaalt, haar verblijf in terpen
of heuvels, wandelen des nachts eene gezette streek
af, keeren en hinderen wel eens den laten reizi-
ger op weg. Sommigen dragen een hoofd onder
den arm. Eene dezer Witte Juffers spookt achter
Blerum, eene bij Godlinse, eene te Eenum, en
eenigen bij het voormalige bosch te Farmsum,
waar ook vurige landmeters met gloeijende ketens
verschijnen.
Zoo heeft men ook nog vele geestenversohijnin-
gen, meestal echter uit later tijd afkomstig. Deze
mogen alleen te middernacht rondwai-en tot aan
het eerste hanengeki-aal. De bijzonderheid, dat
zij in het wit verschijnen, toont dat de heidenen
hen tot de hemelsche wezens rekenden: de dwer-
gen toch en al het onderaardsch gespook zijn
zwart.
De Reuzen, welke in de Noordsche Godenleer