Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
Verschilleade soorten van geesten of Kever tus-
ïchenwezens zijn ook in deze streken oudtijds be-
kend geweesd, zooals lucht- water- veld- en aard-
geesten.
Onder de watergeesten kende men Nikkers, die
zich onder verschillende gedaanten in het water
onthielden, het bloed der verdronkenen uitzogen
en de ziel in een omgekeerden urn gevangen hielden.
Zij behoorden tot de onderaardsche wezens en wa-
ren dus zwart van kleur, waarvan de spreekwijs :
zoo zwart als een Nikker. Hiertoe behoorden ook
de Duikers, die de badende kinderen roofden.
Merkwaardig is ook het bijgeloof omtrent Meer-
mannen en Meerminnen, die nu en dan in de
binnenwateren of digt bij de kusten verschenen,
en daar hun liefelijk gezang deden hooren. Dit
geloof heeft zeer lang stand gehouden.
Tot de veldgeesten mag men de Tuimelaars,
Weerwolven, zwarte Alven en Alvinnen; tot de
luchtgeesten de Drommels, Boldei-geesten, Bulle-
bakken , Nachtmerrie, witte Alven en Nachtrid-
ders brengen, terwijl de Dreutels, Keutels, Drol-
len , Kabouters, Eunjers, Urken en Molikken
(molch?) tot de aardgeesten van het dwergenge-
slacht behoorden.
Budden en Bietebaauwen, die ik niet weet waar-
toe te rekenen, Droes en Duivel waren insgelijks
algemeen bekend, tei'wijl nog onze aandacht ver-
dienen de zonderlinge benamingen Heintje Pik, en
Joost (de duivel), ook de spreekwijs spierwit, (ver-
bastering van spiritus F) het aloude bijgeloof om-