Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
nen, en elders, dat zware misdadigers op den ou-
den Noordschen boom kwamen; zoo werd het geregt
aan de Noordzijde eener kerk, met het aangezicht
naar het Noorden gekeerd, gehouden. Zoo sprak
men van de straf aan het Noorderstrand en der-
gelijken ; al hetgeen op de vereering van den Skan-
dinavischen Odin heenwijst. Ook de sagen van
het Paardmensch, van den spokenden Beer, van de
gloeijende Wagens enz. schijnen ten minste gedeel-
telijk met de Skandinavische sagen overeentestemmen.
Andere spookverschijningen uit den heidenschen
tijd zijn nog overig op het eiland Rottum, zooals
twee Witte Juffers, het groote Zwarte Schrikdier
op de Zuidelijke Wierde, en de vm-ige, met vier
of zes honden bespannen Wagen , die zich te mid-
dernacht op de laan van het melkhuis der voorma-
lige abtdij vertoont.
Van gelijken aard is de eerbied van ouds aan
zekere boomen, bronnen, heuvelen en wouden eigen.
De eerste Christenleeraars maakten hiervan gebruik;
doopten de nieuw bekeerden in deze bi'onnen en
stichtten de kerken op gewijde plaatsen , gelijk dit
van die te Sebaldeburen en Rottum bekend is.
Ook mögt den Goden niets geofferd worden, dat
op de eene of andere wijs verontreinigd was, b. v.
door spijs en drank. Immers de moeder des Chris-
tenpredikers Ludger zou In hare eerste jeugd door
hare heidensche grootmoeder den Goden geofferd
zijn geworden, zoo niet zekere daarbijzijnde vrouw
dit gekeerd had, door het kind honig aan den