Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
56
bezaten dergelijken, schoon minder vermaard. Bo-
ven allen blonk het heiligdom te Rottum uit met
zyne honderd beelden, zijne schitterende feesten,
zijne rei van priesters en zijne schatten. Hier ver-
zamelden zich tot het vieren der heilige plegtighe-
den de landzaten van heinde en verre, en maakten
dit eiland tot een der bloeijendste landschappen des
rijks.
Behalve dezen werd nog de Godin Fanna geëerd,
Wellie ook den naam van Waldacha droeg. Men
meende daarin de Friesche Diana te vinden, en in-
dedaad komt zij er tamelijk wel mede overeen, als
zijnde haar onder de laatste benaming, de bescher-
ming der wouden opgedragen.
Ook de Zon en Maan waren in Friesland voor-
werpen van godsdienstige hulde. De eerste, Snein
genoemd, werd voornamelijk te Sneek (in het Friesch
Sni(s) gediend, dat naar deze Godheid zijn naam
ontvangen had ; de tweede, Mona , bezat een hei-
ligdom te Dokkum, en naar alle waarschijnlijkheid
een ander op Ameland. Men eerde haar als de
Godin der zee.
Als den beheerscher der onderwereld aanbad men
zooveel wij weten , alleen den God Holler, wiens
altaren in het dorp Raehol, (het roode hol of de
roode hel) bij het Tjoekemeer, gevestigd waren.
Dezen dan waren de algemeen in Friesland er-
kende en vereerde Goden. Doch buiten dezen be-
zaten de bijzondere deelen des lands elli voor zich
nog bijzondere Godheden, aan wien de bescher-