Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
dus aansprak; » Wij zijn de zonen van Udolf,
» hertog der Friezen, en met onze manschap bij
» het lot uitgezonden om elders landwinning te
» zoeken, en wij beiden zijn daarover tot hoofden
» aangesteld. Aldus uit gehoorzaamheid aan onze
» landswetten en ovei-heid scheep gegaan,, zijn wij
» onder het geleide van Woeden, dien wij bijzon-
» der vereeren en de Godinne Fridi, hier aange-
» land, om u of eenig ander vorst, dien onze
» hulp welkom is, ter dienst te staan."
De koning hoorende Wodan noemen , vi'oeg
daarop naar hunne godsdienst, en vernemende dat
zij heidenen waren, zeide hij: » Van uw geloof
» (dat niet dan ongeloof is) heb ik spijt, maar uwe
» komst verheugt mij , wijl ik u tegen mijne vij-
» anden noodig heb , en zoo gij mij ti'ouw dient
» en mijn land helpt beschermen, zal uwe belooning
» rijkelijk zijn." De Friezen zwoeren dit en dre-
ven hierop de Schotten geheel uit Engeland. Daarna
ontbood Hengist nog meer zijner landgenooten en
bouwde eene stad, waartoe hij even als Dido, zoo-
veel land verkreeg, als met eene ossenhuid kon
belegd worden, en ook even zoo te werk ging;
deze stad noemde hij Cancastre, 't geen naderhand
in Lancastre veranderd is.
Kort daarop, nog meer Friezen en daai'onder
de overschoone Ronixa, zijne nicht, bij zich ge-
kregen hebbende, noodigde hij den Britschen ko-
ning in zijne stad. Deze kwam en werd op zeker
feest, hem door Hengist aldaar gegeven, tegen het