Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
OORSPRONG DER WESTFRIEZEN OF
NOORDHOLLANDERS.
De eerste bevolking van dit gewest wordt door
de sage aan de Friezen toegeëigend. Ubbo, derde
vorst der Friezen, zond omstreeks bet jaar 120
voor Christus, zijnen schoonzoon Friso, zoon van
Gruno, met eene Aolkplanting van Friezen en Gro-
ningers, derwaart. Dezen hier aangekomen, bezet-
ten voornamelijk Waterland, en Friso bouwde ter
eere zijner echtgenoot Frouwa, de stad Frouwgast,
welke naderhand Vroonen genoemd is , en alwaar
ook de A'ermaarde schaar der elfduizend maagden
op haren togt naar Keulen aanlandde. Deze land-
verhuizers zijn toen door de Friezen, Frisiabunen
(Frisiabones) genoemd, beteekenende Friesche volk-
planters.
Het noordelijk gedeelte van Noordholland werd
eerst later bevolkt, In het jaar 300 onzer jaartel-
ling had zekere Diederik, zoon van Radboud en
kleinzoon van Ascon, eersten hertog der Fiiezen,
zich aldaar met vier andere Friesche edelen geves-
tigd en ter eere der Godin Medea, of Meda, de
stad Medemblik gesticht, alwaar hij den zetel zijns