Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
223
Een verhaal van eenen geheel anderen aard moeten
wij hier tevens aanhalen; het wordt in de boven ge-
noemde plaats van Procopius gevonden en bevat de
beschrijving van zekere plegtigheden, waarmede de
kustbewoners t^en over Engeland gelegen, de schim-
men der afgestorvenen naar Brittanje overvoerden.
De Hoogleeraar Hamaker, Acad. Voorl. bl. 230, denkt
daarbij aan de bewoners van Walcheren, dat hij ten
gevolge dezer mythe door Valkijrland verklaart. Hoe
dit zij,^ daar het verhaal alleen bij eenen uitlandschen
schrijver is opgeteekend, scheen het in onze verza-
meling geene plaats te kunnen innemen.
Eene dergelijke sage levert ons een oud schrijver
in het leven van den H. Wulfram, apostel der Frie-
zen, verhalende, dat koning Radbod na herhaald aan-
zoek om zich te laten doopen, eindelijk den bisschop
aanbood hem den luister hunner Goden en de beloo-
ning door hen aan hunne getrouwe aanklevers na dit
leven toegedacht, te vertoonen, waarop deze zijnen
diaken Adelbert afzond. Adelbert ondernam met een
van 's konings dienaren een togt dio door bloeijende
velden en heerlijke landstreken ging, totdat zij een
paleis ontwaarden met goud en edele gesteenten op-
gesierd en schitterend van nooit gezienen luister, het-
geen de Fries aan Adelbert als het verblijf der zaligen
aanwees. De geestelijke, schoon geheel verbaasd,
hernam echter dadelijk, dat, indien dit paleis God^
werk was, het zou blijven bestaan, maar zoo de Dui-
vel hen verblindde, wenschte hij dat het verzinken
mogt. Op dit woord verdween eensklaps het gebouw
niet al de pracht die hetzelve omgaf, en zij bevonden
ïich in een diep moeras, waaruit zij zich eerst na
drie dagen met vele moeite geworsteld te hebben,
konden redden. Toen zij terugkwamen was intusschen
koning Racllwd dwr 's hemels geregtc straf overleden.