Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
>219
beteekent in de oud Friesche wetten regier of bij-
zilter 1), maar waarschijnhjk ook soms in eene rui-
mere beteekenis, want Hertog Ascon droeg dien bij-
naam in de oudste kronijken. Wilhen als geslachts-
naam is'niet ongehoord, want schoon men over het
algemeen geene familienamen had, bestonden er toch
bij eenige beroemde geslachten, b. v. Hopper, For-
teman, Rodman, Tadema; met de Wükina sage
kan ik hem niet in verband brengen, doch dit ge-
slacht, waarvan men, zoover ik weet, geene verdere
naiigten heeft, moet ten minste in dien tijd zeer
beroemd geweesd zijn. Evenwel verschillen de oude
berigten onderling vrij aanmerkelijk. In de oude
Friesche wetten staat: hae spreeck die ena, deer
fan Wydeken slachte was, dis forma Aesga, d.i.,
toen sprak de een, die van Wydeken of Wydekinds,
des eersten Aesga, geslacht was. Doch Beninga
schijnt uit oudere meer volstandige bronnen geput
te hebben. Het komt mij voor, dat deze sage meer
op Oost- dan op Westfriesland betrekking heeft,
zij is echter voor de kennis aan de heidensche wet-
ten van gewigt.
§. 19.
Eindelijk moeten wij nog met een woord deze
anekdote uit het leven van den H. Ludgerus ophel-
deren. Behalve dat zij op de berigten van een
zeer ouden schrijver bemst, draagt zij alle kentee-
i) Halsema t. a. p. bl. 8o.