Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
217
pold zou verslagen zijn; Letgeen niet onaanneme-
lijk is, wanneer men zich herinnert, dat ook Faf-
ner in de Noordsche sage van Sigm-d als een draak
of gedrocht op eene woeste heide wonende voor*
komt. Dit was onder het heidendom eene zeer
gewone verdichting; ook de Lindworm, waartegen
de H.Joris strijdt, zou, zoo men Mone gelooven
wil 1), eene oud heidensche fabel zijn. Welligt
woonde er te Gelre een heidensch Vorst, die daar
een gewijden boom vereerde en de Christenen in
dat gewest vervolgde en is hieruit de sage ontstaan.
18.
Thands laten wjj nog twee sagen uit den tijd
van de invoering des Christendoms volgen, omdat
zij den aard des heidendoms ophelderen. De eer-
ste, die der dertien regters, wijst op den geest der
aloude heidensche wetgeving. Volgens dezen wa-
ren alle eigenlijke wetten door de Goden zeiven
ingegeven, als zoodanig heilig en van godsdienstigen
aard en even als de overige godspraken in stafrijm
vervat. Zij waren dus meer korte spreuken, ge-
schikt om in het geheugen bewaard te worden, eu
werden alleen aan de edele jeugd geleerd, liet in
schrift stellen dcrzelven was heiligschennis, want
dit geschiedde met onheilige letters en zoo werd de
kennis der wetten aan onvrijen en vreemdelingen
gemeen. Iets dergelijks had eens te Rome plaal^,
i) Moue, Gesch. des Heidenth* 11. S. 56.