Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
>205
stelde, en wel in 't algemeen uit Azie, dus geene
tiborigines 1). Men ziet hieruit hoe donker en
verward deze sagen dooreen liggen, terwijl de gi'ond
daai'van nogtans zeer oud en verspreid is. De be-
rigten der Romeinen maken de waarheid nog duis-
terer. Immers zouden deze Slaven, volgens de sage,
tegen Caesar geoorloogd en daarbij hunnen aan-
voerder , den Reus Rabon, verloren hebben. Caesar
echter kent aan de HoUandsche kust slechts Ger-
manen , vooral Bataven 2), en dit wordt door Ta-
citus bevestigd, die de Caninefaten van Kattischen
oorsprong stelt. Ook blijkt het, wanneer men de
sage nopens de oorlogen tusschen de Slaven en
keizer Claudius, met historische berigten vergelijkt,
dat hierdoor enkel Duitsche kustbewoners kunnen
verstaan worden , want Tacitus, die later leefde,
kent er geene anderen, ofschoon dezen van een
anderen Duitschen stam, dan de Bataven kunnen
geweesd zijn, ten minste de Marsati en Sturii of Tusii.
De reuzensagen zijn in Engeland zeer gewoon en
soms worden daardoor of de oude inwoners, de
Kelten, bedoeld, of verwonderlijke natum-gewroch-
ten aan hen toegeschreven, als de kracht der men-
schen te boven gaande; zoo is b. v. zekere spelonk
van basaltzuilen op het eiland Staffa, volgens de
l) Capsnr, da B G. L. V. C i3, zegt daarenlegen : » Bri-
tanniae pars mturinr ah its incolitur, quos nalos ia insula
ipsa , memoria prvditum dicunt." Dit zal dus »elligt op
de Ryuiri of iiivxouers van Waliis zien.
a) Caesar, de B. G. L.IV. C. lo.