Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
>199
§• 10.
Wij komen thands aan de stamsage der Cata-
vlei'en. Bato, de hooggeeerde volksnaam bij onze
dichters, is de held dier overlevering, die schier
vergeten is. Bij gebrek aan genoegzame bronnen
is het mij niet gebleken, wanneer dit verhaal het
eerst voorkomt, doch dat het reeds uit de middel-
eeuwen afkomstig is, blijkt uit den vorm. Gelden-
hauer, (de oudste mij bekende bron) Boekenberg
en Junius nemen het aan, Scriverius heeft het als
ongeloofwaardig verworpen , hoewel hij het zeer
uitvoerig opgeeft; ook heeft Hooft daarvan in zijn
treurspel gebmik gemaakt, dat bij den roem, dien
het verwierf, waarschijnlijk tot de thands zoo ge-
wone nabaauwing van dien naam aanleiding gaf.
Beschouwen wij nu het verhaal eenigzins nader.
Bato wordt als de zoon van een Kattisch vorst
geschilderd, en dezelfde afstamming berigt ons
Tacitus van de Batavieren, die, zegt hij, \Toeger
tot de ivatten behoorende, wegens een inlandschen
opstand {domestica sedilione) verdreven, de boor-
den van Gallia en tegelijk het eiland tusschen de
ondiepten {vada) gelegen, en van voren door de
zee, van achtei-en en rondsom door den Rhijn be-
spoeld, bezetteden 1). Het is duidelijk, dat de
geschiedschrijver hier eene inlandsche overlevering
i) Tacitus, Uist, L.IV. C. ii, Garm. C. 2<j.