Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
191
Couhouten, Aluen , Nickers, Maren
Die hem s' morgens openbaren
Ende comen halen vier.
Maren heten wise hier.
Minne! Het syn Duuele alle
Die oas gherne brochten tea valle i).
Nachtridders zijn mij 2), even als de varende
Vrouwen, tenzij men daaronder de heksen verstaan
moet, en de goede Kinderen onbekend. Van de
hagedissen waag ik te beweren, dat het heksen zijn,
immers dit woord beteekent lai-va ^ lamina^ saga^
pyikonissa 3), en later werden de dus genoemde
dieren, even a]s de padden cn slangen, aan deze
vrouwen toegeëigend. Het bijgeloof nopens de
maren, die des morgens vuur komen halen, is mij
mede onbekend.
De dwaallichten, hoewel thands een Christelijk
bijgeloof daaraan gehecht is, komen mede in aan-
merking, want zonder twijfel was er van ouds eene
sage aan verknocht, misschien behooren zij tot de
watergeesten.
Het woord Droes houd ik met Picart voor eene
verbastering van Drusus, den schrik der Germanen,
en stap dus hierover heen, om nog met een woord
van eenige andere bijgeloovigheden te gewagen. De
1) Zie van Wijn , Hist* Auondst, B. I. bl. 3o5.
2) Zou het ook soms het woedende heir zijn, in Duitsch-
land hekend?
3) Zie Lye , Dief, A, Saxon» et M, Goth, i\i y oce Haeg^
tesse. Ons heks en het Engelsche hag ziju vau deuzelfdcu
stam.