Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
188
Zwaluwen en oogevaars, nog heden onschendbaar,
komen mij voor in den heidenschen tijd heilig ge-
weesd te zijn , en misschien ook de duiven, want
waarom wonen dezen van ouds, en zelfs met privi-
legie, op de kerktorens?
Tot de aardgeesten behooren de Urken of Hur-
ken , waarvan Bilderdijk gewag maakt, zijnde van
het vrouwelijk geslacht 1), en de Aardmannen of
Kabouters (Duitsch Kobolden) van het mannelijke,
beiden zwart, klein en leelijk. Ook de Dreutels,
Keutels en Drollen (Deensch Trolde) zijn hiertoe te
rekenen, waarbij men tevens opmerke, hoe de na-
men der oude heidensche Godheden door de Chris-
tenen gebruikt zijn, om het verworpenste en laag-
ste aanteduiden. Als Watergeesten komen de Nik-
kers (vei-keerdelijk bij Vondel en Bilderdijk lkker&
genoemd) en Duikers voor. Zij behooren tot de
zwarte geesten en zijn van 't mannelijk geslacht; de
vrouwelijke zijn in Duitschland onder den naam van
Nixen bekend 2). Deze watergeesten hebben on-
loup garou , doch ik geloof niet , dat men de vpare beteekenia
des woords toen meer verstond. De Bullebakkeu en Bolder-
geesten zou ik voor luchtgeesten houden , want bij de Dith-
marsen heet de dondergod JS/wiuWer, en Ae Poltergeister in
Duitschland wonen ook in de lucht, Budde wordt door vaa
der Schueren met spook verklaard,
1) Bilderdijk, Geslachtl. der Z. N. op Hark. Hij be-
weert, dat het hetzelfde is als het Engelsche urchin, dit be-
teekent echter egel.
2) Onze Meermannen en Meerminnen , hoewel geene gees-
ten , staan hiermede in betrekking, zij komen in vele verhalen
voor, in de i5de eeuw zou er nog een in de Purmer gevangen
zijn. Zie Junii, fia^. Verg. Westendorp t, a,p, bl. 177 ,178,