Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
165
die van de Kelten melding maakt; hij plaatst lien
(444 voor Chr.) van den oorsprong des Isters (het
Zuiden van Wurtemberg) tot aan de zuilen van
Hercules 1), waar zij aan de Kunesieis palen; eu
hij voegt er bij, dat de Donau door een bewoond en
algemeen hekend land vloeit. Dit wordt door la-
tere ontdekkingen bevestigd, want tot in het Ziiideu
van Duitschland, en door geheel Frankrijk en Belgie
tot in he^ Zuidwesten van Hispanic heeft de Kel-
tische stam sporen nagelaten 2). Maar in de meer
Noordwaart gelegene landen houden dezen op of
zijn op zijn minst twijfelachtig. Ook de Romeinen
onderscheiden de Germanen duidelijk van de Kel-
ten of Gallen 3). Engeland was oudtijds weinig
bekend , ofschoon men er met veel zelfvertrouwen
over schreef 4), eerst door Agiicola is het geheel
doorreisd. Tacitus meent, op de lichaamsgcdaante
afgaande , daarin Germanen , Iberen en Gallen te
herkennen. De sage en de taal bevestigen dit 5).
Doch de Westkust van Germanie en Skandinavie
kennen van ouds alleen Duitsche stammen; Tacitus
stelt alle de bewoners van ons land onder de Ger-
manen 6).
1) Herodot., Jlist. L. 11. C. 33 & 34.
2) Mone, Th. I. S. i5.
3) Caesar , de B, G. L. VI. C. 21. Verg. Mone, Th. 11.
S. 10 en Epit. Strab, VII.
4) Taciti, Vita jigric. C. 10, » {^aae priores nonduin
comperta , eloquent ia percoluere , rcrum Jlde tradentur***
5) Zie de Opheld. op J. 5. Tacitus, Vita Agric. C 11.
6) German* C. 29 en elders , ook. Pliuius//. JV. L. I V.C. i5.