Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
159
Hwa wat nu thaes wisan
IVelandes ban ,
On hwelcum in Haewa
Hrusan theccen ? i).
Ook het Duitsch kende de alliteratie, spoi'en
daarvan vindt men in het oude lied van Hildubrand
en Hadubrand 2) ; later is zij daar geheel in on-
bruik geraakt. Vermits sommigen en inzonderheid
Rühs, beweerd hebben, dat deze verssoort geens-
zins echt oud Germaansch was 3) maar waarschijn-
lijk van de geestelijken uit het Angelsaxisch en oor-
spronkelijk uit het Britsch overgenomen, zullen wij
kortelijk onze gi'onden tegen dit gevoelen opgeven.
Het stafrijm bloeit niet enkel in oude gedichten,
maar vertoont zich als eigenaardig in den bouw
der taal. Vele uitdrukkingen en benamingen uit
het heidendom en de mythologie zijn geallitereerd,
zooals; Blix-buller ^ Bullebak y hietehaauw ^ gin-^
nungagap, meermin, witte wijven en anderen.
Ook zijn in de oud-Duitsche wetten de benamin-
gen der misdrijven en regtsfox'mulen, voor zoo verre
die in den heidenschen tijd tot het strafregt be-
hooren, dikwijls gerijmd, gelijk de geleerde Griinm
bewezen heeft. Christelijke wetsbepalingen hebben
integendeel schier geen zweem daarvan; hetzelfde
heeft in de oud-Friesche landregten plaats 4). Onder
1) Lange, Unters» über die Gcscïu der nord» u. deutsch*
Heldensage aus Müllers SagabibL Fraukf, a.BI. iSSa. S. i33.
2) Rübs, die Edda, £>. öo.
3) Rüba , S. 80. ff.
4) Mone Th. II. S. 71 If. Voorbeelden icijn faxfangh;