Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
158
In het Noorden vertoont zij zich nogtans menig-
vnldiger, zelfs bij de Finnen, die nog heden daar-
aan getrouw blijven 1) ; doch voornamelijk heeft
zich de IJslandsche poëzij het stafrijm geheel toe-
geeigend. Het is ons voornemen niet de menig-
vuldige wendingen dier dichtsoort bij hen nategaan,
wij willen alleen ons bij de eenvoudigsten bepalen.
In de Voluspa of de gewijde voorspelling der Vola
komt in vierregelige sti'ophen de alliteratie alleen in
denzelfden regel voor: Strophe I.
Hliodz , bid eg, allar helgar kindur
Meire ok minne y mogu lieimthaller;
Vil eg Valfodurs vel umtelja
Försspiöl fire ok frernst af nam.
Op andere plaatsen van dit gedicht schijnen twee
afzonderlijke stafrijmen iu eenen regel voortekomen,
doch gewoonlijker worden voor elke alliteratie twee
regels gebezigd, gelijk in Ragnar Lodbroks lijkzang:
Hiuggu ver medb hi'órvi.
Hitt var ei fyrir laungu ,
Er a Gautlandi gen gum
At Grafmuitnis mordhi 2).
Het Angelsaxisch, zoo na aan het Friesch ver-
want , bedient zich daarvan op gelijke wijs, b. v.
1) Rübs, die Edda^ nehst einer Einleitung über nordi^
sche Poesie und Mythologie y Berlin 1812. S. 65. Deze
schrijver is overigens vol paradoxen, en loochent alle be-
schaving onder de Germanen , voor de invoering des Chris-
tendoms, zelfs de alliteralie leidt hij uit het Briltonsch afl I
2) Krakas Maal y eller kuad om Kong Ragnar Lodbroks
Krigshedrlfteroglleltedady udgivet af C. C. Rafn. Kiobenh.
1826. Str. i.