Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
157
In het Noorden heette een heilig dicht galdur, een
gewoon hliod 1). De vorm bij den Germaanschen
stam verschilde echter zeer van den Griekschen; men
had misschien ook rijmen even als in Indie en Perzie,
maar gewoonlijk echter stafrijm of alliteratie. Deze
laatste vorm was geheel heidensch en is na de aan-
neming des Christendoms allengs verdwenen , hetzij
dat de taal toen een ander karakter aannam, hetzij
dat de Christenpredikers dit als heidensch bijgeloof
veroordeelden. VVij willen hetzelve dus eenigzins
nader beschouwen , vooi'al daai' het hier te lande
slechts weinig bekend is.
Het stafrijm wordt gevormd door twee of di'ie
achter of digt bij elkander volgende woorden, die
dezelfde voorletters hebben, gelijk stokstijf, de
wind waait, of met tusschenvoeging van een of twee
woorden; de staf is sterk; de hemel is zeer hoog.
Somtijds komen deze woorden allen in eenen regel
voor, somtijds het eene in den eersten, de twee
anderen in den tweeden regel of omgekeerd.
Deze verssoort was bij alle Germanen in zwang,
en schijnt zelfs den Romeinen, die wij met Rams-
horn voor een tak des Hoogduitschen stams hou-
den , niet onbekend geweesd te zijn, gelijk ik uit
eenige oude regtsformulen besluiten mag, b. v.
sacro-sanctus, si fraudem faxit, diem dicere,jus
jurandum en dergelijken; ook hunne dichters
schijnen hiervoor gevoel gehad te hebben 1).
i) Moue t. a. p. Th. If. S. 243.
n) Zie A. F. Kaekius, de alliteratione sermojiis hatini,
in lict Rheinisches Museum fur I'hilol. 182g.