Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
156
te kunnen besluiten, dat hunne godsdienst evenals
de noordsche een lichtdienst was 1), wij zien dit
nog niet in.
Wij komen nu tot het tweede voorname punt in
de beschouwing der Friesche godsdienst en maat-
schappij , te weten den poëtischen vorm, waai-in
orakelen en wetten gehuld zijn. Het is reeds voor
lang opgemerkt, dat de poëzij bij alle volkeren
vroeger dan de proza ontwikkeld is, en het is te-
vens onloochenbaar, dat deze poëzij uit de gods-
dienst hai-en oorsprong heeft, waarbij wij nog moe-
ten doen opmerken, dat de oudste talen in het
Oosten muzikaal vv'aren; iets waarvan wij geen be-
grip meer hebben, maar dat evenwel opmerkzame
onderzoekers gewis niet ontgaan is, een naklank
dezer harmonij leeft nog in de Grieksch-Romeinsche
prosodie, wij kunnen dit hier echter niet verder
ontwikkelen.
De oudste dichters bij de Grielien, Orpheus,
Linus, Amphion waren gewijde mannen; de ora-
kelen bij den eersten geschiedschrijver Herodotus
voorkomende, zijn allen in poëzij, de vorm is zes-
voetig ; (hexameter) dezelfde maat gebruikt Homerus
en is bij de Giieken nationaal gebleven.
In Duitschland en Skandinavie hervinden wij het-
zelfde; de priesters waren de eerste dichters 2).
1) Mone t. a. pl. Th. II. S. 8i.
2) Snorro verhaalt zelfs, dat Odin altoos in verzen sprak,
Slalldskapr genoemd , eu dat liij de dichtkunst in het
Noorden gebragt had. Verg. Caesar de JD. G. L- VI.
Cap. x4, en Pelloutier, Ilist. des Celtes, L. II. Chap. g.