Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
153
genomenheid niet minder door ; zoo leest men b. v.
»Als die Biscop tree dagen sindet haet, 20 schil
hi sella ene decken, ende hem zijri ban bifella
bi trim schellingen. — Ilweerso sibbe sijden sinl,
ende dan hiaro zanden riouwen sinl, %o schillet
se gaen to hijara decken, ende biede him riuchta
ban tree schillingen, dat hijse schecda wil" 1).
Ik zou deze voorbeelden zeer kunnen vermenigvul-
digen , doch het opgegevene is voor mijn oogmerk
genoegzaam.
Dezelfde heiligheid is aan dit getal verknocht bij
andere volkeren; Drieheid komt in de godsdienst
der Inders en der Skandinaviers (Odin, Thor, Fi'eij)
voor ; Pythagoras en Plato leerden deszelfs heiligheid,
en Plutarchus, sprekende van de geloften des Dic-
tators Fabius Maximus aan de Romeinen, om de
groote spelen te zullen vieren voor de som van
driemaal honderd drie en dertig duizend sertertien
en drie honderd drie en dertig denarien en een
derde, merkt aan, dat het drietal uit zijnen aard
volmaakt, het eerste van alle ongelijke getallen en
het begin van het meervoud , (de dualis heeft een
andei-en uitgang in het Grieksch) de eerste ver-
scheidenheden en de eerste gronden van alle getal-
len in zich bevat, vermengt en vereenigt 2).
Niet min dan dit was het zevental bij de Friezen
1) Zie het Syndriucht , opgenomen bij Schotanus t. a. jii.
bl. 286 eu volgg.
2) Plutarchus, in Vita Fabii Maximi. Verg. Westea-
dorp, üudheidk. Verh. bl. 89.