Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
143
Onze ophelderingen zullen ook fragmentaiisch
zijn, meer wenken geven, dan de stof uitputten.
Eerst dan beschouwen wij het vi'oeger voorgedragene
en onderzoeken het, daarna zullen wij hunne gods-
dienstige denkbeelden en heilige gebruiken, met name
de heilige telling en poëzij toelichten, ook de stamsage
der Friezen zal daaruit opheldering ontvangen.
Als de voornaamste Godheid der Friezen, wiens
tempel een nationaal heiligdom was, hebben wij
Stavo opgegeven. Dit steunt op de berigten der
eerste Christenpredikers en des ouden kronijkschrij-
vers Occo van Scharl. De eersten hebben hem door
Jupiter vei'klaard 1) en dit was niet geheel onjuist,
wanneer men zijne benaming Blixlmller bij de
Dithmarsen in aanmerking neemt. Hij wordt ook
Sioeffo geheeten en is onder dien naam desgelijks
in Thüringen bekend, waar Bonifacius te Geismar
den hem gewijden dondereik omkapte en van het
hout eene kerk stichtte. Den God StulTo verdreef
hij naar het StufTerhol 2). Zijn beeld wordt door
sommigen als een bloote paal of stronk opgegeven 3),
doch zoo 't mij voorkomt, te onregt, daar men
ï) Hamconii , Frisia pag. 76". Zie Occo Scarl. p, 3.
2) Wone, die aan de echtheid van dien naam Stuffo twij-
felt, haalt als eerste bron Letzner in Vifa Bouifacii aan,
dien ik. niet hezit. Doch ook Serrarins noemt StufTo in
Annot, 20. ad "Vitam OlhloDianam S. Bonifacü, en berigt
dat deze God op den Stuffenberg zijne orakelen gaf. Ook
bij Gernroda in 'l Vorsfendom Anhalt (Oppersnxische Kreits)
heelt men een Stuficnbcrg. Zie Gutsmnths Jlandb* der
Gfogr, Abth I. St. 1. S. 295.
5) Sjoerds, Friesche Jaarh, D I» bL 25.