Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
genaai'dig zijn^ de Friezen. Deze stam bezit sagen,
geheel met land en volk overeenkomstig. Zij mel-
den den oorsprong der geslachten, der steden en
landbebouwing, der vaderlandsche gebruiken, wet-
ten en godsdienstige plegtigheden, in een woord de
kindschheid van volk en land.
Maar zijn nu deze sagen poëtisch? Men zie of
volk en land poëtisch zijn. Er zijn in Friesland
geene rotsen, geene holen, geene heilzame bronnen,
berg- of woudstroomen, echoos , geene grootsche
natuiu'tooneelen. Het land was wel met digte en
donkere wouden overdekt, maar dezen stonden ia
moerassen. De landzaat moest zich eerst zijn land
vormen, eer hij het bewonen mogt. Hij roeide de
bosschen uit en had nu eene eindelooze vlakte,
vaak door de zee overspoeld en waarop hij zich
met moeite heuvelen oprigtte om te wonen. Het
land bood dus geene stof voor poëzij en het volk
voelde die in zich zelf niet opwellen.
Intusschen toont zich ook hier dc fabeltijd, de
eeuw der volksdichting. Waar de natum- slechts
eenigzins de hand biedt, vormt zich eene poëtische
fabel; uit een onbeduidenden vulkaan verneemt
men orakelen, een schrikkelijke draak rijst uit de
vlammen op en daar woont de Godheid. De go<l-
spraken, de wetten, de verhalen der vroegere eeu-
wen zijn poëzij. In de eerste tijden des Christen-
doms hoorde men nog de liederen der Barden en
de oude Friesche wetten toonen ons menigvuldige
1*