Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
ken aan den Frieschen vorstenstam vermaagschapt
walden 1).
De beschrijving van den togt, ons door de Frie-
zen gegeven, is zeer onnaauwkemïg en verward;
de eerste onderneming is geheel fabelachtig, en valt
in eenen tijd, toen de Romeinen nog volstrekte
heerschappij in Brittanje hadden 2) , het verhaal
schijnt door eene verwarring in de koningslijsten
ontstaan te zijn, die door de kronijkschrijvers niet
opgemerkt is 3). Ook het ombrengen van den eer-
sten Hengist door zekeren Prins van Gloster en de
daarop volgende nederlaag der Saxers en Friezen, die
aanleiding tot den tweeden togt zou gegeven hebben,
wordt bij geen geschiedschrijver van gezag gemeld.
De nederlaag van Hengist H. en zijne onthoofding
is desgelijks verdicht; deze vorst is integendeel na
eene negenendertig-jarige regering in tamelijk hoo-
gen ouderdom overleden. Met dit al is het niet
onmogelijk , dat deze berigten der Friezen eenige
waai'heid behelzen, doch dan betreffen zij andere
personen. Men kan uit dit alles dus met tamelijke
l) Dit blijkt ook uit den stamboom vauHeugist, die niet
tol Friso maar tot Woden terug gaal. Beda il.
a^ Sjoerds Friesche Jaarb, D. 1. bl. 276. die het verhaal
uit Occo Scarlensis heeft overgenomen.
5) Men vergelijke vooral Westendorp, Jaarb.voor Gron*
Sti I* bl. 26. die ook, zoowel uit de Angelsaxische kronijk,
als uit Procopius en Marcellinus de deelneming der Frie-
zen aan die onderneming bewijst. Ook zegt Ethelwerdus , een
Engelschschrijver der tiende eeuw, dat onder de Saxeu alle
de volkeren, van den Rhijn tot aaa Denemarken, begrepen
■werden. Zie Camden , Brit. p. 69.