Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
behalve dat de Friesche stam onvermengd bleef,
zijn er geene Franken in dien tijd zoo ver noord-
vvestwaart gekomen; maar de Friesche sage is nog-
tans ook te betwijfelen en de naam kan zeer na-
tum-lijk van groen afgeleid woi'den 1), Intusschen
is de zaak moeijelijk tot zekei-heid te brengen en
ook niet van dat belang, om zich in vele diepe
nasporingen te begeven. •
§. 4.
Thands willen wij de stamsage der Westfriezen be-
schouwen, die wij als twee volkplantingen der oude
Friezen leeren kennen. Zij heeft geene poëtische
inkleeding en niets, dat onwaarschijnlijk is. Im-
mers schijnt dit tegenwoordig schiereiland ten tijde
der Romeinen reeds bewoond geweesd te zijn, want
nergens past de uitdrukking van Tacitus en Pli-
nius 2), dat de Friezen eilanden aan de zeekust en
landen met groote meren doorsneden bewonen,
beter op, dan op Westfriesland, dat meer water
dan land bevatte. Ook de naam Frisiabones, dien
hun de Romeinen geven, schijnt deze afstamming
te bevestigen, en het kasteel Flevum zou ik daar
aan de n.w. kust, niet, zooals Westendorp wil, bij
Groningen zoeken, trouwens het lag digt aan de
1) Ook Groenland heeft daarvan zijnen naam, volgens
Are Thorgilscn, een IJslandsch geschiedschrijver der elfde
eeuw. Zie Are, Islendingaholc, S. Sa. Cap. 6. Havn. lySS.
2) Taciti, Germ, C.34. Plinius, U.K. L.IV. C.i5.