Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
dat het land oudtijds van gelijken aard was, blijkt
daaruit dat landbouw en veeteelt altoos in deze
streken gebloeid hebben. Voorts melden de oude
volksverhalen, dat meer dan eens, bij het graven
van putten in den omtrek van Stavoren, zeewater
daarin opborrelde; een bewijs van de lage ligging
der westkust van Fiiesland in de oudste tijden.
Digt bij de stad verheffen zich eenige zand-
heuvelen op eene geringe uitgestrektheid gronds.
Hiei'onder het Roode klif. Dit zand is, naar alle
waarschijnlijkheid, door de zee aangevoerd, even als
elders 1). Hoe zou nu daaruit, terwijl de daaron-
der liggende grond vermoedelijk klei is, lava kunnen
stroomen, waarvan bovendien de ovei-blijfselenzicht-
baar moesten zijn, terwijl geen schrijver hiervan
eenige melding maakt.
Er zijn dan onzes inziens, indien men de waar-
heid van het verhaal aanneemt, slechts twee wegen
om dit Aerschijnsel te verklaren. Men kan daarbij
namelijk denken aan een priesterbedrog, dat wel
moeilijk, maar evenwel bij de onkunde dier tijden
mogelijk was en waarbij men den Duitschen afgod
Pustrich kan aanvoeren, een beeld dat vlammen
braakte; of wel kan er misschien een veenbrand
geweesd zijn, hetgeen mij nog het waarschijnlijkst
voorkomt, daar in de duinpannen de turflaag niet
zelden door het stuifzand bedekt wordt 2). Ook
sj)reekt de sage enkel van vlammen, niet van lava-
i) Staring U, pag. G3 et 64.
») Idem 11, pag. 5? tl 33.