Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
ons door de Romeinen bewaard, is het bestaan van
een heilig woud (lucus) Baduhennae, en van een
landgoed (villa) digt bij hetzelve, behoorende aan
zekei^en Cruptorix 1), hetgeen bewijst dat de Frie-
zen aldaar vaste woonplaatsen hadden en de voor-
namen op landhuizen woonden. Meer bijzonder-
heden vinden wij niet opgeteekend, maar zoo wij
hen met de overige westelijke Germanen gelijk mo-
gen stellen, zijn zij, gelijk wij vroeger gezien heb-
ben , toen reeds tot eene geregelde maatschappij
gevormd geweesd, en niet onkundig in eenige we-
tenschappen. Zij werden van koningen beheerscht,
maar met bepaald gezag 2), de staatsregeling be-
rustte bij dezen en den adel; zij hadden priesters,
tempels, gedichten en schrift 3). Zij waren stoute
1) Taciti L. IV C. Altingwil, dat Baduheona ,
ook. Fada genoemd en eene Godiu geweesd zij; ik twijfel;
kan men den uitgang van Baduhennae vergelijken met dien
yhïi Ar du ennae y den naam van een ander woud, tegenwoor-
dig de Ardennen?
2) Taciti Ann. L.XlïI. C. 54.
3) Zie de inleiding. Men heeft hunne schriftkennis meest-
al ontkend, op grond van de woorden van Tacitus, Germ*
C. 19» » Literarum secreta viri pariter ac feminae igno^
» rant.*^ Doch men heeft deze plaats niet begrepen. De
schrgver handelt over de gewoonten der Germanen bij het
aangaan van huwelijken, hij roemt hunne eenvoudigheid en
afkeer van alle dartele aaulokseïen. » Ergo septa pudi-
» citia agunt y nullis speetaculorurn illecehris, nullis convi^
» viorum irritationihus corruptae» Literarum secreta viri
y> pariter ac feminae ignorant.^'' Wie ziet nu het niet in,
dat hij hier van geheime minnebrieven spreekt, geenszins
van letteren, hetgeen ook niet te pas komt, gelijk reeds
anderen voor ons geziy hebben.