Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
>123
hadden staatshirigtingen, wetten, geslachtlijsten, sa-
gen en eene godgeleerdheid, die alleen in het bezit
der Druïden of priesters was, maar waren overigens
woest in den oorlog en barbaarsch in sommigen
hunner gebruiken.
Zien wij nu, hoe de Romeinen Friesland af-
schetsen , toen zij dit gewest in hunne Germaan-
sche oorlogen bezochten. De eerste melding welke
van de Friezen gemaakt wordt, is onder de rege-
ring van Augustus, 742 jaar na de stichting van
Rome, 11 voor Christus , wanneer zij door Drusus
werden onderworpen 1). Toen vonden zij het land
vol moerassen en groote meiren 2), die hetzelve
gedurig overstroomden en onbewoonbaar maakten ;
hoe de Friezen er huizen konden wordt niet op-
gegeven , alleen geeft Plinius eene beschi-ijving van
de levenswijs der noordelijke Cauchen, (in Oost-
Friesland) die in de diepste ellende op wierden
hutten bouwden en meestal van visch leefden 3).
Maar dit schijnt enkel van de kustbewoners gezegd
en niet op de Friezen toepasselijk, omdat dezen
bij de Romeinen min bekend waren. Ook spreekt
Tacitus 4) van Herculische zuilen in Friesland,
die hij als een grootsch werk schijnt te beschou-
wen en waarbij men dus waarschijnlijk aan hooge
torens, tempeltinnen of iets dergelijks denken moet,
niet aan zandduinen. Eene andere bijzonderheid
1) I)io Cassius L.LIII.
2) Taciti Germ. C. 34. Plinius, II. N. L.IV. C. i5.
3) Hht.Nat. L.XVI. C. 1.
4) Germania, Cap. 34.