Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
Zien wij nu, na altlus de gewigtigste bedenkingen
tegen de waarschijnlijkheid der Friesche stamsage
overwogen te hebben , in hoe verre zij zich met de
historische berigten laat vereenigen, en wederkee-
rig, in hoe verre de berigten der uitlanders, door
de inheemsche volksoverlevering opgehelderd worden.
Deze dan noemt Fxnso koning der Gangariden
en Prasiaten, en voegt er bij, dat dit rijk bij de
inlanders Fresia, met den bijnaam het ge%ege7ide y
genoemd werd. Deze staten zijn bij de oude schrij-
vers bekend 1) en hoewel de lezingen verschillen,
laat zich de naam Frisia zeer goed daaruit opma-
ken , maai^ indien dit berigt geloof verdient, zoo
had Friso den naam naar zijn erfrijk, en heeft dus
zijne togtgenooten niet den naam van Friezen ge-
geven, zij waren het reeds (Pi^asii) voor zijne ge-
boorte 5 dit schijnen de kronijkschrijvers niet be-
dacht te hebben, evenwel is dit geen bewijs, dat
het geheele verhaal onwaar zou zijn. Ook is het
bekend, dat de Oostersche vorsten dikwijls van
naam verwisselden, naar eene of andere gewigtige
omstandigheid 2), en zoo kan Friso ook \Toeger
1)Q. Curtiua L. IX. C. 2. Diodorus L. XVH. C. 93.
l^iutarchus in Alexandra. Strabo L.XV. Plinius, H.N.
L. VI. C. 19. Arrianus//ic?. p. 529. Justin. L.XI1.C.8&9*
waarbij de lezingen der Codd, zeer verschillen, in allen is
ech'cr de wortel Prs ^ alleen de buiging wijkt af. Van
Palibofhra zegt Arriaan: MsytiTT^v ToAtv 'lv^oT(r(V
slvsct naXtfzßoSpa icccKsof^évj^v t iv tj} Upcccrtuv
2) W.Jones, Visc.on the Persians* Worhs, Vol. III.
p. 106. The Asiatich Princes have constantly assumed new
titles or epithets at different periods of their lives ^ or on