Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
>118
evenwel durf ik niet beslissen hoeveel er later bij-
gevoegd is, de grond schijnt mij echt toe 1). Maar
in Noord - Indie woonde volgens Herodotus, eene
menigte volkeren , verschillend in taal en zeden 2).
Wie zegt ons nu hoe de taal der voorouders van
Friso was. Het Sanskrit, dat thands als de oudste
en volledigste der Indo-Germaansche of Japetische
talen bekend is: had ten tijde van zijnen bloei
verschillende tongvallen , en een derzelven kan het
Friesch voortgebragt hebben; dit is niet ondenk-
baar, wanneer men nagaat, hoe het Sanskrit zelf
in aard en vorming met de Duitsche talen over-
eenstemt 3).
Aan de Zwarte Zee woonden Germaansche stam-
men , waarvan men zelfs nog overblijfselen in de
Krim vindt 4), maar hier was de aloude stamzetel
niet, deze lag meer oostwaarts; Perzie en Indie
waren de bakermat der Duitsche volkeren, vandaar
gingen zij uit.
Maar in de middeleeuwen was deze overeenkomst
der talen, deze afkomst der Duitschers, geheel on-
1) De Indische naam is waarschijnlijk Patelpoethr, De
rivier heette Geng of Gengi, Verg. Heeren , de Graec, no-
titia Indiae in Comment. Soc. Goett, Vol. X. p. iSg.
2) Herodot. L.III. C, 98.
3) Het is merkwaardig, dat reeds in de 16''''eeuw van die
overeenkomst overleveringen bestonden; Suffr. Petr. de Orig,
Fris, p. 565. » Linguam quoque Zevocarus scripsii in Indiae
» partibus istis eandem fere esse, quae est ad littora maris
» septentrionalis , cujusßdes tarnenpenes authorem esto.^^
4) Zie Adelung Mithridatei , en Lejeune t. a. p. D. I.
hl. 207.