Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
116
ropische volkeren, volgens de gevoelens der geleer-
den , Lij de groote volksverhuizing zouden genomen
hebben, namelijk uit Noord-Indie door Perzie en
Klein-Azie naar Em'opa. Ik wil echter deze naams-
overeenkomst voor niets meer dan eene mogelijke
verwantschap gehouden hebben , die zonder verdere
bewijzen niets beduidt, uitgezonderd die der Sneven.
Maar van meer gewigt is het, dat wij eene der-
gelyke stamsage bij een ander Duitsch volk, de
Beijeren, aantreffen 1). De Noriken namelijk, naar
eenen zoon van Hercules, Norix, genoemd, zou-
den uit Armenie en Indie overgekomen zijn, waar
hunne stamverwanten nog (in de 10'^'' eeuw) Beijersch
spraken. Van dezen zouden de overige Alemannen
Duitsch geleerd hebben. Zij zouden in Indie de
edelen en getrouwen heeten en alleen van alle wes-
tervolkeren Alexander beoorloogd hebben, gelijk
nog in hunne oude liederen gezongen wordt. Den
Indische Beijeren zou de Apostel Thomas het euan-
gelium verkondigd hebben 2).
i) De fundat, monast, Tegrinsee C.5, bij Pez , T/iesaur»
anecd. T IIL part, 5. pag. 492 sqq. een werk. uit de tiende
eeuw* Verg. Mone , Th. IL S. 224. die uit den nanra No-
rix, dien hij voor Gallisch boudt, tot een Kelfischen grond
der sage besluit. Ik geloof, dat liij zich bedriegt; de uit-
gang rix is eclit Duitsch; AsvSopt^ 0 Xvydfippo^ bij Pro-
copius, Malorix Frisius bij Tacitus. Ik boude het dus voor
den Ouitschcn uitgang rich oC ril' met het mannelijke casus-
teeken , hoewel ik den wortel niet weet te verklaren cn ook
de vermenging des Daitschen stams met den Keltischen niet
loochenen kan.
3) Verg. Haafner, Reize ir^ een palanquin»