Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
niets Voor de afstamming bewijst, is het evenwel
niet onbelangrijk daarbij eenige oogenblikken stil te
staan, dewijl misschien eenmaal nog bij naauwkeu-
riger nasporingen en eene diepere kennis der Indi-
sche oudheden, de verwantschap dier stammen met
hunne naamgenooten in Europa zal kunnen bewe-
zen worden.
Zoo vinden wij dan reeds bij Herodotus, 444
voor Christus, onder de Perzische stammen, ook
de Germanen opgeteld 1); en deze opgaaf schijnt
bevestigd te worden door den Perzischen geschied-
schrijver Mirchondi, welke zegt, dat de provincie
Chuaresm oudtijds Dsjermanie genoemd werd 2).
Zoo ook vinden wij de Sucambren in Indie door
Alexander overwonnen 3), en de Sueven {Zou)ißoi)
in Mjsie tegen de Lygiers oorlog voerende 4), be-
halve nog eenige niet Germaansche volkeren. Deze
opgaven komen overeen met den weg, dien de Eu-
^ ï) Herod. L.I. C.125. "AAAoi Sè Xiéfaat ehl
o'ISs, navSi«Acs7o;, A>tpov(rtcc7ot, Tepßdvioi ' avToi ftsv
Ttavrsi aforttpe^ eïji. Oudere uitgaven hebben ,
dat echter hetzelfde is.
a) £n Chuaresm is de naam. van dat distrikt en dat
land, dat de zamelplaats der geleerdheid en uiysheid, der
mannen des zwaards en der veder was; voor ouds noemde
men het Dsjermanie en de Turken noemen het Awrkendsj. —
De naam Dsjermanie is dezelfde als Germanie of Kermanie,
daar de ^ [dsj) in het Perzisch met de t^ (Je) of (Je
Duitsche g-) verwisselt, b. v. {ghulab) en
(dsjulah), fc^yOj^i {buzark) en ^j/',/^. {huzurdsj.)
3) Justin. Hist. L.XII. C. 9.
4) DioCasiius, Hist. L 67.
8*
i