Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
allen sterk van elkander verschillen. Eene derzel-
ven leidt de Friezen van de Joden af, welke door
Salnianear (Salmanassar) uit Palestina verdreven,
herwaart de wijk zouden genomen hebben 1). Eene
andere, slechts weinig verschillend, beweert, dat
bij de verwoesting van Jeruzalem door Nabuchodo-
nosor, drie broeders, uit het geslacht van Sem,
met name Saxo, Bruno en Friso, met hunne ma-
gen en vrienden, na vele omzwervingen hier zgn
aangeland en het land vervolgens bevolkt hebben 2).
Een derde verhaal stelt deze verhuizing ten tijde
van het beleg van Jeruzalem door Vespasiaan,
hetgeen ook bij de Pruisen als stamsage geldt 3).
Doch behalve dat de Friezen reeds veel vi'oeger
voorkomen, schijnt dit verhaal door zekeren abt
Relnier te Keiden In later tijd veidicht te zijn
en daaruit door Kemplus opgenomen en als sage
opgegeven 4). De twee eei-ste verhalen dragen
evenmin het karakter van volkssage en zijn baar-
blijkelijk door monniken verdicht.
Volgens eene andere overlevering, die voorname-
lijk door den abt Trithemius {Compend. de Reg.
Franc.) voorgestaan is, stammen de Friezen af van
i) Westendorp , Jaarb.voor Gron., St. I. bl. 5.
a) Bfuinga , Chronik van Oostvriesland, bl. 9.
3) Westendorp , Jaarb. bl. 6. Suffr. Petri, de Orig. Fris.
p. a38. meldt uit den mond van Pommcrschen gehoord te heb-
ben , dat zij als een oud deuntje met eene treurige stem plegen
te neuriën, Jeru Vespa! 3era Vcspa! ter herinnering aan
Lünne ballingschap.
4) Suffr, Petri, 11. pag. 256.